Ketenaansprakelijkheid niet-betaling lonen door onderaannemer

Geschreven door Lexalert
Foto: David Spinks  

Besteedt u werk uit aan een onderaannemer en draagt deze de loonheffingen niet af aan de Belastingdienst? Op basis van ketenaansprakelijkheid kunt u hiervoor aansprakelijk worden gesteld. In dit artikel leest u hoe dit werkt en wat u kunt doen om het risico van ketenaansprakelijkheid te beperken.

Inhoud
 
1 Waarover gaat dit artikel?      
 
2 Wat is ketenaansprakelijkheid?    
2.1 Wanneer geldt de ketenaansprakelijkheidsregeling?    
2.2 Voor welke belasting en premies?  
2.3 Wie is voor wie aansprakelijk?  
2.4 Volgorde van aansprakelijkheid  
2.5 Bezwaar  
 
3 Samenvallen met andere vormen van aansprakelijkheid    
3.1 Inlenersaansprakelijkheid    
3.2 Bestuurdersaansprakelijkheid    
3.3 Aansprakelijkheid van bestuurders, vertegenwoordigers of vereffenaars van lichamen  
 
4 Voor wie geldt de ketenaansprakelijkheid?    
4.1 Wat is een eigenbouwer?  
4.2 Verkopers van een toekomstige zaak      
4.3 Opdrachtgevers in de confectiesector  
4.4 Kopers van nog te vervaardigen kleding    
 
5 Bijzondere situaties  
5.1 Zelfstandigen zonder personeel  
5.2 Directeuren-grootaandeelhouders (dga)    
5.3 Buitenlandse aannemers  
5.4 Uitvoering (grotendeels) in eigen bedrijf    
5.5 Koop en verkoop van een bestaande zaak    
5.6 Schuldsaneringsregeling of faillissement  
 
6 Bescherming tegen aansprakelijkheid    
6.1 Verklaring betalingsgedrag  
6.2 Goede administratie; matiging van het anoniementarief  
6.3 Beroep op de disculpatieregeling    
 
7 De geblokkeerde rekening (g-rekening)  
7.1 Zo werkt de g-rekening  
7.2 Het gebruik van de g-rekening  
7.3 Voorwaarden voor vrijwaring bij storting op de g-rekening  
7.4 Aanvraag g-rekening  
7.5 De g-rekeningovereenkomst    
7.6 Beoordelen van uw aanvraag  
7.7 Geen medewerking  
7.8 Openen g-rekening  
7.9 Wijzigen van de g-rekeningovereenkomst    
7.10 Storten op de g-rekening  
7.11 Overmaken van de g-rekening naar de Belastingdienst  
7.12 Deblokkeren van de g-rekening  
7.13 Opheffen van de g-rekening  
7.14 Eenzijdige opzegging van de g-rekening  
7.15 Onjuist gebruik van de g-rekening  
 
8 Meer informatie  
 
1 Waarover gaat dit artikel?
Als u als aannemer (bijvoorbeeld in de bouw, scheepsbouw, metaalconstructie of confectie-industrie) een deel van het werk uitbesteedt aan een ander, dan kunt u te maken krijgen met ketenaansprakelijkheid.
In dit artikel leest u over ketenaansprakelijkheid, in welke situaties u ermee te maken heeft en hoe u het risico van aansprakelijkheid kunt beperken.
Voor wie is dit artikel bedoeld?
Dit artikel is bedoeld voor iedereen die te maken heeft met het aannemen en onder-aannemen van werk van stoffelijke aard. In hoofdstuk 2 leest u wat werk van stoffelijke aard precies inhoudt.
Hoe is dit artikel opgebouwd?
In hoofdstuk 2 leest u wat ketenaansprakelijkheid precies inhoudt.
Ketenaansprakelijkheid kan samengaan met andere vormen van aansprakelijkheid. Zie hiervoor hoofdstuk 3.
De ketenaansprakelijkheidsregeling geldt ook voor:
•  eigenbouwers
•  verkopers van een toekomstige zaak
•  opdrachtgevers in de confectiesector
•  kopers van nog te vervaardigen kleding
Hierover leest u meer in hoofdstuk 4.
Voor zzp’ers en buitenlandse aannemers gelden speciale regels. Over deze en andere bijzondere situaties leest u meer in hoofdstuk 5.
In hoofdstuk 6 leest u hoe het risico van aansprakelijkheid kan beperken. Hierin speelt het gebruik van de g-rekening een belangrijke rol, waarover u meer leest in hoofdstuk 7.
 
2 Wat is ketenaansprakelijkheid?
De ketenaansprakelijkheidsregeling is een maatregel tegen mogelijk misbruik door aannemers en onderaannemers bij de afdracht van loonheffingen. De regeling maakt elke schakel van de keten aansprakelijk voor alle volgende schakels.
Stel: u krijgt een grote opdracht en u kunt het werk niet alleen aan. Dan kunt u een deel van het werk uitbesteden. U bent dan de aannemer en degene aan wie u het werk uitbesteedt, is de onderaannemer. Als de onderaannemer de door hem verschuldigde loonheffingen niet betaalt, kunnen wij u hiervoor aansprakelijk stellen.
Stel nu dat uw onderaannemer een deel van het aangenomen werk verder uitbesteedt aan een volgende onderaannemer. Deze onderaannemer betaalt de door hem verschuldigde loonheffingen niet. In dat geval kunnen zowel u als uw onderaannemer aansprakelijk worden gesteld voor de onbetaalde loonheffingen.
Wanneer is iemand onderaannemer?
Als de aannemer de uitvoering van zijn werk geheel of deels uitbesteedt aan een ander die niet bij hem in dienst is, is die ander onderaannemer. Of iemand aannemer of onderaannemer is, hangt af van het contract dat zij met elkaar hebben gesloten.
Aanneming en onderaanneming van werk komen niet alleen voor in de bouwnijverheid en de metaalindustrie (groot- en kleinmetaal), maar ook in andere bedrijfstakken en branches. Eigenlijk in nagenoeg alle gevallen waarbij de aannemer van het werk een werk van stoffelijke aard geheel of deels uitbesteedt aan een ander die niet bij hem in dienst is.
 
2.1 Wanneer geldt de ketenaansprakelijkheidsregeling?
De ketenaansprakelijkheid geldt als een aannemer voor een opdrachtgever een werk van stoffelijke aard uitvoert tegen een bepaalde prijs. De aannemer is daarbij niet in dienst van de opdrachtgever.
Het is soms moeilijk vast te stellen of een bepaald werk van stoffelijke aard is. Meestal zal de uitvoering van zo’n werk een tastbaar product opleveren. Werken van stoffelijke aard zijn bijvoorbeeld bouwwerken, wegenaanleg, landbewerking, herstelwerkzaamheden en het vervaardigen van kleding. Maar ook andere werkzaamheden kunnen erbij horen, zoals het verpakken van goederen en schoonmaken.
Niet-stoffelijk zijn producten van grotendeels persoonsgebonden arbeid van intellectuele aard, zoals van auteurs, advocaten, vormgevers en musici. Ook vervoersovereenkomsten vallen buiten de regeling.
Ketenaansprakelijkheid geldt voor zowel overeenkomsten waarvoor een projectprijs wordt betaald als voor overeenkomsten waarbij het aangenomen werk wordt afgerekend op basis van gewerkte uren en verwerkte materialen.
 
2.2 Voor welke belasting en premies?
Iedere aannemer die werk van stoffelijke aard aan een onderaannemer uitbesteedt, is aansprakelijk voor de door de onderaannemer onbetaald gelaten:
•  loonbelasting
•  premie volksverzekeringen
•  premies werknemersverzekeringen
•  inkomensafhankelijke bijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet
Deze belasting en premies vormen samen de ‘loonheffingen’. Om te bepalen welk bedrag aan loonheffingen voor het werk betaald moet worden, moet het fiscaal loon van de betrokken werknemers bekend zijn. Meer informatie over de berekening van de loonheffingen staat op belastingdienst.nl.
 
2.2.1 Aansprakelijkheid voor invorderingsrente en kosten
Wij kunnen de aannemer aansprakelijk stellen voor invorderingsrente en kosten voor de aanslag(en) loonheffingen als die te wijten zijn aan de aannemer zelf, bijvoorbeeld omdat de aannemer zijn onderaannemer te laat heeft betaald.
Daarnaast brengen wij invorderingsrente en eventuele kosten in rekening als de aannemer zijn aansprakelijkheidsschuld te laat betaalt.
 
2.3 Wie is voor wie aansprakelijk?
Bij uitbesteding van werk is de aannemer hoofdelijk aansprakelijk voor de loonheffingen die zijn onderaannemer voor dat werk moet betalen. De onderaannemer kan op zijn beurt het werk (deels) uitbesteden aan een andere onderaannemer. De aannemer is dan ook hoofdelijk aansprakelijk voor de loonheffingen van die andere onderaannemer en van eventuele volgende onderaannemers.
Ook iedere onderaannemer zelf is hoofdelijk aansprakelijk voor de loonheffingen van de onderaannemers aan wie hij werk heeft uitbesteed en van eventuele volgende onderaannemers. Zo ontstaat een keten van aansprakelijke aannemers die bij een bepaald werk zijn betrokken. Als een van de onderaannemers in de keten de loonheffingen voor dit werk niet betaalt, dan kunnen wij daarvoor de aannemers boven hem in de keten aansprakelijk stellen. Er kunnen dus meer aannemers tegelijk aansprakelijk zijn. De opdrachtgever van het werk is niet aansprakelijk (behalve de opdrachtgever in de confectiesector, zie 4.3).
Ketenaansprakelijkheid eindigt altijd bij de eerste aannemer in de keten, de zogeheten hoofdaannemer.
 
Voorbeeld
Opdrachtgever
(hoofd)Aannemer A
(onder)Aannemer B
(onder)Aannemer C
 
A neemt van de opdrachtgever een werk aan dat hij (deels) uitbesteedt aan B. B besteedt weer (een deel van)
het werk uit aan C. Voor C is B dan aannemer.
In dit voorbeeld is A aansprakelijk voor de onbetaalde loonheffingen van B en C. B is aansprakelijk voor de onbetaalde loonheffingen van C.
 
2.4 Volgorde van aansprakelijkheid
Bij het aansprakelijk stellen in de keten houden wij een bepaalde volgorde aan. Als eerste stellen wij meestal de aannemer aansprakelijk die het contract heeft gesloten met de onderaannemer die zijn loonheffingen niet heeft betaald. Maar wij kunnen ook alle aannemers in de keten tegelijkertijd aansprakelijk stellen als bij het volgen van de normale volgorde de schuld anders onbetaald zou blijven.
 
2.5 Bezwaar
Als de loonheffingen niet worden betaald, sturen wij een beschikking naar de aannemer waarin wij hem aansprakelijk stellen voor de onbetaalde loonheffingen. De aannemer kan hiertegen bezwaar maken. Dit kan door ons binnen 6 weken na de datum van de beschikking een brief te sturen. In de brief moet hij duidelijk beargumenteren waarom hij bezwaar maakt. Het bezwaar kan gaan over de aansprakelijkheid zelf en over het bedrag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld. De aannemer kan de nodige gegevens opvragen over de aanslag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld. Dit kan bij de ontvanger van de Belastingdienst die de beschikking heeft verstuurd.
Als wij het bezwaar afwijzen, kan de aannemer tegen die beslissing in beroep gaan bij de belastingrechter van de rechtbank. Als de rechter dit beroep afwijst, kan de aannemer in hoger beroep gaan bij het Gerechtshof. Ten slotte is nog beroep in cassatie mogelijk bij de Hoge Raad.
 
3 Samenvallen met andere vormen van aansprakelijkheid
De ketenaansprakelijkheid van de aannemer bestaat op grond van de wet. Kunnen anderen aansprakelijk gesteld worden buiten de keten? Dan kunnen wij dat voorafgaand, naast of na de ketenaansprakelijkheid doen. Hiervoor is geen vaste volgorde.
Het kan voorkomen dat ketenaansprakelijkheid samenvalt met:
•  inlenersaansprakelijkheid (zie 3.1)
•  bestuurdersaansprakelijkheid (zie 3.2)
•  aansprakelijkheid van bestuurders, vertegenwoordigers of vereffenaars van lichamen als bedoeld in artikel 33 Invorderingswet 1990 (zie 3.3)
 
3.1 Inlenersaansprakelijkheid
De ketenaansprakelijkheid is niet hetzelfde als de inlenersaansprakelijkheid. Bent u uitlener en stelt u een werknemer ter beschikking aan een derde (inlener) om onder leiding of toezicht van die derde te werken? Dan blijft deze werknemer in dienst bij u. U moet de loonheffingen en btw betalen voor deze werknemer. De inlener is aansprakelijk voor deze belastingen voor zover die verband houden met de inlening (inlenersaansprakelijkheid).
Bent u onderaannemer en maakt u zelf gebruik van ingeleend personeel van een uitlener? Dan bent u aansprakelijk voor de loonheffingen en omzetbelasting die de uitlener moet betalen. Als u vervolgens uw aansprakelijkheidsschuld niet betaalt, kunnen wij ook de aannemers boven u in de keten aansprakelijk stellen voor het deel van de aansprakelijkheidsschuld dat betrekking heeft op de loonheffingen (ketenaansprakelijkheid).
 
3.2 Bestuurdersaansprakelijkheid
Is de onderaannemer bij wie de loonheffingen onbetaald gebleven zijn, een rechtspersoon? Dan kunnen wij de belastingschuld zowel verhalen op de bestuurders van die rechtspersoon (bestuurdersaansprakelijkheid) als op de aannemers hoger in de keten.
 
3.3 Aansprakelijkheid van bestuurders, vertegenwoordigers of vereffenaars van lichamen
Is de onderaannemer, bij wie de loonheffingen onbetaald zijn gebleven, een lichaam in de zin van artikel 33 Invorderingswet 1990? Dan kunnen wij de belastingschuld zowel verhalen op de bestuurders, vertegenwoordigers of vereffenaars van dat lichaam als op de aannemers hoger in de keten.
 
4 Voor wie geldt de ketenaansprakelijkheid?
Ketenaansprakelijkheid geldt niet alleen voor aannemers en onderaannemers, maar ook voor:
•  eigenbouwers (zie 4.1)
•  verkopers van een toekomstige zaak (zie 4.2)
•  opdrachtgevers in de confectiesector (zie 4.3)
•  kopers van nog te vervaardigen kleding (zie 4.4)
 
4.1 Wat is een eigenbouwer?
Een eigenbouwer is een ondernemer die zonder opdracht van een ander en niet in dienst van een ander in de normale uitoefening van zijn bedrijf werk uitvoert. Dit werk moet van stoffelijke aard zijn.
Bent u een fabrikant en laat u bijvoorbeeld de verpakking van uw producten in uw fabriek door een onderaannemer uitvoeren? Of bent u een woningbouwvereniging en ontwikkelt u bouwprojecten voor verkoop of verhuur waarbij u een onderaannemer inschakelt? Dan bent u een eigenbouwer.
De ketenaansprakelijkheidsregeling ziet ook eigenbouwers als aannemers. Als een eigenbouwer het werk geheel of deels door een ander laat uitvoeren, is die ander onderaannemer. Of een werk tot de normale bedrijfsuitoefening behoort, bekijken wij per bedrijf. De bedrijfstak geeft daarbij niet de doorslag.
Vaak bestaat de normale bedrijfsuitoefening bijvoorbeeld uit het maken van producten voor de markt. Maar het bedrijf kan daarnaast ook zelf zijn bedrijfsmiddelen maken en onderhouden voor de fabricage van deze producten. Voor die bedrijfsmiddelen geldt zo’n bedrijf dan ook als eigenbouwer.
Ook als het bedrijf alle werkzaamheden uitbesteedt aan een ander, kan het toch als eigenbouwer worden gezien. Dit is het geval als:
•  de algehele leiding van het werk bij het bedrijf zelf ligt, én
•  het werk bij de normale bedrijfsuitoefening hoort
Als een bedrijf eigenbouwer is, is het geen opdrachtgever en kan het dus wel aansprakelijk worden gesteld.
Eigenbouwer of opdrachtgever?
Het is soms lastig te bepalen of er sprake is van een opdrachtgever of van een (aansprakelijke) eigenbouwer. Hiervoor kan een uitspraak van de rechter nodig zijn.
 
4.2 Verkopers van een toekomstige zaak
Als iemand aan een aannemer een product verkoopt dat hij nog moet produceren, kan hij worden gezien als onderaannemer voor de ketenaansprakelijkheid. De verkoop moet dan wel volgen uit het werk van de aannemer, of daarmee in verband staan.
Stel: u bouwt als aannemer een huis waarvoor u speciaal te ontwerpen en te maken trappen en kozijnen inkoopt. De verkoper verkoopt én maakt de trappen en kozijnen. De verkoper is dan onderaannemer.
Als de verkoper de trappen en kozijnen alleen maar verkoopt en niet ook maakt, is hij géén onderaannemer.
Let op
Als een verkoper het werk voor meer dan 50% van de benodigde arbeidsuren uitvoert in zijn eigen bedrijf, geldt in het algemeen de ketenaansprakelijkheid niet (zie 5.4).
 
4.3 Opdrachtgevers in de confectiesector
Wij kunnen een opdrachtgever niet aansprakelijk stellen op grond van de ketenaansprakelijkheid. Opdrachtgevers in de confectiesector vormen hierop een uitzondering. Deze kunnen we wél aansprakelijk stellen als een aannemer (of een van de schakels verderop in de keten) zijn loonheffingen niet betaalt.
In de confectiesector wordt de keten van aansprakelijke partijen dus uitgebreid met één schakel.
 
4.4 Kopers van nog te vervaardigen kleding
We kunnen een koper van nog te vervaardigen kleding aansprakelijk stellen op grond van de ketenaansprakelijkheid. De wet stelt kopers gelijk aan opdrachtgevers in de confectiesector (zie 4.3). Zo kan niemand zijn aansprakelijkheid ontlopen door overeenkomsten tot aanneming van werk te presenteren als overeenkomsten van koop en verkoop.
 
Voorbeeld
Iemand die in de normale uitoefening van zijn bedrijf kleding koopt die nog niet geheel of gedeeltelijk vervaardigd is, wordt gezien als een aansprakelijk te stellen opdrachtgever. Er mag geen sprake zijn van een dienstbetrekking.
 
5 Bijzondere situaties
Speciale regels gelden voor:
•  zelfstandigen zonder personeel (zie 5.1)
•  directeuren-grootaandeelhouders (zie 5.2)
•  buitenlandse aannemers (zie 5.3)
 
Ook in de volgende situaties gelden speciale regels:
•  uitvoering in eigen bedrijf (zie 5.4)
•  (ver)koop van een bestaande zaak (zie 5.5)
•  schuldsanering, faillissement of surseance (zie 5.6)
 
5.1 Zelfstandigen zonder personeel
Bent u een zelfstandige zonder personeel (zzp’er)? Dan is uw opdrachtgever in principe niet aansprakelijk op grond van de ketenaansprakelijkheid. U hebt namelijk geen personeel in dienst en hoeft geen loonheffingen af te dragen. Een aannemer loopt met u dus ook geen aansprakelijkheidsrisico. U kunt het werk vervolgens weer uitbesteden aan een ander, die mogelijk wel personeel hiervoor inzet. In dat geval zijn u en uw opdrachtgever wél aansprakelijk.
 
5.2 Directeuren-grootaandeelhouders (dga)
Als aannemer kunnen wij u aansprakelijk stellen voor de niet afgedragen loonheffingen voor de dga van uw onderaannemer.
 
5.3 Buitenlandse aannemers
Bent u een buitenlandse aannemer? En laat u in het buitenland werkzaamheden uitvoeren door een onderaannemer die in Nederland loonheffingen moet betalen? Dan bent u niet aansprakelijk op grond van de ketenaansprakelijkheid. Maar laat u dat werk in Nederland uitvoeren? Dan zijn u en de volgende personen aansprakelijk:
•  de leider van uw vaste inrichting in Nederland
•  uw vaste vertegenwoordiger die in Nederland woont of is gevestigd
•  de leider van de werkzaamheden die in Nederland zijn verricht
 
5.4 Uitvoering (grotendeels) in eigen bedrijf
Als uw onderaannemer het werk geheel of grotendeels uitvoert in zijn eigen bedrijf (dus niet bij u), bent u niet aansprakelijk. ‘Grotendeels’ wil zeggen: voor meer dan 50% van het benodigde aantal arbeidsuren. Deze uitzondering geldt echter niet bij het vervaardigen van kleding en elke daarop gerichte handeling, maar weer wel voor schoeisel.
 
Voorbeeld
Uw onderaannemer heeft een bedrijf voor tekstverwerking. Het werk dat u aan hem hebt uitbesteed, omvat voor meer dan 50% van het benodigde aantal arbeidsuren typewerk dat in zijn eigen bedrijf plaatsvindt en dus niet bij u op de werkvloer. U bent nu niet aansprakelijk voor de betaling van de loonheffingen voor dit werk.
 
5.5 Koop en verkoop van een bestaande zaak
Twee partijen sluiten een overeenkomst van koop en verkoop van een bestaande zaak. Zij spreken af dat
de verkopende partij als onderaannemer een werk zal uitvoeren dat samenhangt met die verkoop. Het werk aan die zaak is echter van ‘ondergeschikte betekenis’. Dit heeft tot gevolg dat de keten wordt doorbroken en geen aansprakelijkheid ontstaat voor niet betaalde loonheffingen van de verkoper.
 
Voorbeeld
U koopt als aannemer bij een fabrikant deuren die uit voorraad leverbaar zijn. U spreekt tegelijk af dat de fabrikant de deuren zal afhangen. Voor het afhangen van de deuren is de fabrikant onderaannemer.
In verhouding tot het produceren van de deuren is het afhangen een werk van ondergeschikte betekenis. U bent niet aansprakelijk voor de betaling van loonheffingen voor het afhangen van de deuren.
 
5.6 Schuldsaneringsregeling of faillissement
Financiële problemen bij de onderaannemer vormen vaak een risico voor de aannemer (denk aan faillissement). Bij gebruik van een g-rekening (zie hoofdstuk 7) adviseren we de aannemer geen geld over te maken nadat de onderaannemer failliet is.. Het bedrag valt dan in de (faillissements)boedel en geldt niet als een vrijwarende betaling. Wij kunnen de aannemer dan tóch nog aansprakelijk stellen voor de loonheffingen.
6 Bescherming tegen aansprakelijkheid
Bent u aannemer? Dan kunt u er zelf voor zorgen dat het risico van aansprakelijkstelling voor de loonheffingenschulden van een onderaannemer zo klein mogelijk blijft. Uitsluiting van elk risico is niet mogelijk.
U kunt het risico van ketenaansprakelijkheid beperken door:
•  de onderaannemer te vragen naar een recente en originele verklaring betalingsgedrag (zie 6.1) en
•  een goede administratie bij te houden (zie 6.2) en
•  te storten op een geblokkeerde rekening (zie hoofdstuk 7)
Rechtstreeks storten bij de Belastingdienst ter vrijwaring van deze aansprakelijkheid is niet mogelijk (zie 7).
 
6.1 Verklaring betalingsgedrag
U kunt uw onderaannemer vragen om een recente en originele verklaring betalingsgedrag afgegeven door de Belastingdienst. Dat geeft u een beter beeld van de onderaannemer en van het eventuele aansprakelijkheidsrisico dat u met hem loopt. In een verklaring betalingsgedrag verklaren wij schriftelijk dat de onderaannemer op dat moment zijn loonheffingen heeft betaald. Wij geven alleen een verklaring betalingsgedrag aan de onderaannemer als hij daar zelf om vraagt. Wij geven zo’n verklaring  niet aan de aannemer. Deze verklaring is geen vrijwaringsverklaring; ook met een verklaring kunnen wij u aansprakelijk stellen.
 
6.1.1 Aanvraag verklaring
De onderaannemer moet de verklaring over zijn betalingsgedrag schriftelijk aanvragen bij zijn belastingkantoor. Wij sturen de verklaring ongeveer een week na ontvangst van de aanvraag.
Wilt u een verklaring aanvragen? Vul dan het formulier Aanvraag Verklaring betalingsgedrag keten- en inlenersaansprakelijkheid in. U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl.
 
6.1.2 Twee soorten verklaringen betalingsgedrag
Wij kunnen de onderaannemer 2 soorten verklaringen betalingsgedrag geven:
 
a een schone verklaring
De onderaannemer ontvangt een schone verklaring als hij alle loonheffingen heeft betaald. Het kan zijn dat de onderaannemer bezwaar of beroep heeft ingediend tegen nageheven loonheffingen. Hij zal van ons in dat geval alleen een schone verklaring krijgen als hij die naheffingen eerst betaalt.
Wij geven ook een schone verklaring als voor het bedrag van de aanslag(en) zekerheid is verstrekt.
 
b een voorbehoudverklaring
De onderaannemer ontvangt een voorbehoudverklaring als hij:
•  alle loonheffingen heeft betaald, met uitzondering van de bedragen waarvoor een betalingsregeling is getroffen wegens tijdelijke liquiditeitsproblemen, en als hij die regeling ook nakomt
•  alle loonheffingen heeft betaald, met uitzondering van de bedragen waarvoor wij uitstel van betaling hebben verleend voor bezwaar of (hoger) beroep
 
6.1.3 Aanvraag verklaring door een nieuwe onderaannemer
Wij kunnen een recent gestarte onderaannemer geen verklaring van betalingsgedrag geven. Wij laten de onderaannemer schriftelijk weten dat hij geen verklaring krijgt omdat hij nog geen loonheffingen heeft hoeven afdragen.
 
6.1.4 Aanvraag verklaring door een zelfstandige zonder personeel
Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) hebben geen werknemers in dienst. Zij hoeven daarom geen loonheffingen af te dragen. Toch wil de aannemer meestal dat ook zzp’ers een verklaring betalingsgedrag laten zien. Als een zzp’er in het kader van de ketenaansprakelijkheid om een verklaring betalingsgedrag vraagt, dan laten wij de zzp’er schriftelijk weten dat hij geen verklaring krijgt, omdat hij geen loonheffingen hoeft af te dragen. Deze brief kan de zzp’er laten zien aan de aannemer.
 
6.1.5 Aanvraag verklaring door een curator/bewindvoerder
Het bedrijf van een onderaannemer wordt soms voortgezet door een curator of bewindvoerder. We weten dan nog niet of de loonheffingen die zijn verschuldigd door de voortzetting van het bedrijf, ook echt worden afgedragen. In zo’n geval geven wij geen verklaring betalingsgedrag. Dat doen we wel als het bedrijf al langere tijd wordt voortgezet en de curator of bewindvoerder alsnog om een verklaring vraagt.
 
6.2 Goede administratie; matiging van het anoniementarief
Wij stellen de aansprakelijkheidsschuld meestal vast aan de hand van de administratie van de onderaannemer. Zo nodig gebruiken wij ook de administratie van de aannemer die in de keten boven de onderaannemer staat. Als uit de administratie het loonbedrag niet eenduidig is vast te stellen, maken wij een schatting van het loonbedrag en de daarbij behorende loonheffingen.
Het ontbreken van een goede administratie van de onderaannemer kan aanleiding zijn om de loonheffingen vast te stellen met toepassing van het zogenoemde anoniementarief. Dit betekent dat wij het hoogste tarief voor de loonheffingen toepassen.
Wij passen het anoniementarief bijvoorbeeld toe als:
•  de gegevens van de werknemers niet volledig in de loonadministratie van de onderaannemer zijn opgenomen
•  de identiteit van de werknemers niet goed is vastgesteld
•  er geen stukken zijn waaruit blijkt dat de werknemers in Nederland mogen werken
U kunt ons vragen uw aansprakelijkheid voor het anoniementarief te matigen. Dit doen wij als u gegevens overlegt waarmee wij het loon van de werknemer aan zijn werkzaamheden kunnen toerekenen en waarmee u de identiteit van de door uw onderaannemer ingezette werknemer kunt aantonen.
U kunt de identiteit van de door uw onderaannemer ingezette werknemer aantonen met de volgende gegevens van die werknemer:
•  naam-, adres- en woonplaatsgegevens
•  de geboortedatum
•  het burgerservicenummer
•  een specificatie van de gewerkte uren
•  de nationaliteit
•  het soort identiteitsbewijs, het nummer en de geldigheidsduur
•  als dat van toepassing is, de aanwezigheid van een A1-verklaring, verblijfsvergunning, tewerkstellingsvergunning of notificatie
•  naam-, adres- en woonplaats van de onderaannemer en het inschrijvingsnummer van de onderaannemer bij de Kamer van Koophandel
Op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming mag u voor dit doel geen kopie van het identiteitsbewijs vragen. Het is voldoende om de relevante gegevens van het originele identiteitsbewijs over te nemen. Een rijbewijs kunt u niet gebruiken om de identiteit vast te stellen, omdat de nationaliteit van de werknemer daar niet op staat. Op grond van andere wetgeving (bijvoorbeeld de Wet arbeid vreemdelingen
of de Wet op de loonbelasting 1964) kan het overigens wél verplicht zijn om een kopie van het identiteitsbewijs te vragen en bewaren.
Let op
De gegevens moeten worden vastgelegd. Hiervoor kunt u een door de onderaannemer aan de aannemer overhandigd overzicht van werknemers, aangevuld met hun burgerservicenummer gebruiken. Deze vastlegging moet plaatsvinden of plaats gevonden hebben op het moment dat de werknemers de aanneemovereenkomst gaan uitvoeren.
Uw administratie moet ook een adequate procedure bevatten voor de:
•  identificatie van de door uw onderaannemer ingezette werknemer
•  verificatie van zijn identiteitsbewijs
•  vastlegging van zijn persoonsgegevens
Aan het vastleggen van persoonsgegevens gaat een belangrijke stap vooraf: de identificatie van de persoon en de verificatie van het identiteitsdocument. Dit kan door het originele identiteitsbewijs te controleren op geldigheid en echtheid. Onder andere de Richtsnoeren identificatie en verificatie van het College Bescherming Persoonsgegevens (zie hier) geven handvatten voor deze controle.
Na deze controle moet u de persoonsgegevens vastleggen en ontoegankelijk maken voor onbevoegden. Dat voorkomt misverstanden en misbruik zoals identiteitsfraude.
Wilt u weten hoe u de persoonsgegevens vastlegt?  Kijk op belastingdienst.nl voor een Voorbeeld vastlegging persoonsgegevens en een Voorbeeld vastlegging gewerkte uren.
 
6.3 Beroep op de disculpatieregeling
Soms valt het niemand te verwijten dat de loonheffingen niet worden betaald. Bijvoorbeeld bij een plotseling verslechterde economische situatie of bij uitzonderlijk slechte weersomstandigheden.
De aannemer kan dan een beroep doen op de disculpatieregeling. Een beroep op de disculpatieregeling heeft alleen succes als naast de aannemer ook de onderaannemer (de hele keten) geen verwijt kan worden gemaakt.
Of u terecht een beroep op de disculpatieregeling doet, beoordelen wij op basis van feiten en omstandigheden.
 
 
7 De geblokkeerde rekening (g-rekening)
U kunt het risico van aansprakelijkheid beperken door te storten op een geblokkeerde rekening,
de zogenoemde g-rekening van uw onderaannemer. Deze rekening kan alleen gebruikt worden voor het betalen van uw loonheffingen of voor het doorstorten naar een andere g-rekening.
Ook uitleners of doorleners kunnen een g-rekening gebruiken (zie het artikel Aansprakelijkheid voor loonheffingen en omzetbelasting bij inlening van personeel). Het gebruik van een g-rekening is niet verplicht.
Het is niet mogelijk om rechtstreeks te storten op een rekening van de Belastingdienst. U bent alleen gevrijwaard van aansprakelijkheid wanneer u stort op een g-rekening. De vrijwaring geldt dan alleen voor het gestorte bedrag. Zorg er dus voor dat het bedrag overeenkomt met het bedrag van de loonheffingen.
 
7.1 Zo werkt de g-rekening
U maakt een vooraf overeengekomen deel van het factuurbedrag over op de g-rekening van uw onder- aannemer. Dit bedrag komt ongeveer overeen met het bedrag van de loonheffingen die de onderaannemer van het betreffende werk aan ons moet afdragen. De onderaannemer kan de loonheffingen vervolgens vanaf zijn g-rekening betalen. Als aan alle voorwaarden (zie 7.3) is voldaan, stellen wij u niet aansprakelijk. Als de loonheffingenschuld hoger is dan uw overboeking naar de g-rekening, kunnen we u nog wel aansprakelijk stellen voor het restbedrag.
 
7.2 Het gebruik van de g-rekening
Er zijn drie partijen die de g-rekening kunnen gebruiken:
•  de hoofdaannemer
•  de aannemer
•  de onderaannemer
De hoofdaannemer krijgt een factuur van de aannemer. De hoofdaannemer betaalt het in overleg met de (onder)aannemer overeengekomen percentage van het factuurbedrag op de g-rekening. Om een overtollig saldo op de g-rekening te voorkomen, kunnen de afgesproken bedragen het beste dicht bij de werkelijk te betalen loonheffingen liggen. Bij zijn betalingsopdracht vermeldt de hoofdaannemer:
•  het nummer van de factuur
•  eventuele andere identificatiekenmerken van de factuur
De aannemer kan vanaf zijn eigen g-rekening bedragen (door)storten op de g-rekening van de onderaannemer voor de in het aanbestede werk begrepen loonheffingen. Daarnaast kan hij ook zijn eigen loonheffingen vanaf zijn g-rekening betalen.
De onderaannemer gebruikt de g-rekening om zijn loonheffingen aan ons te betalen.
 
7.3 Voorwaarden voor vrijwaring bij storting op de g-rekening
Het bedrag van uw storting op de g-rekening van de onderaannemer vrijwaart u als aannemer van aansprakelijkheid als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
•  De factuur van de onderaannemer moet voldoen aan de eisen van artikel 35a Wet op de omzetbelasting 1968.
•  Daarnaast moet die factuur de volgende gegevens bevatten:
– Het nummer of kenmerk, voor zover aanwezig, van de overeenkomst waarvoor de onderaannemer of de confectie-aannemer de gefactureerde prestatie(s) heeft verricht.
– Het tijdvak(ken) waarin die prestatie of prestaties zijn verricht.
– De benaming of het kenmerk van het werk waarop de betaling betrekking heeft.
•  In uw administratie moeten de gegevens van de factuur meteen terug te vinden zijn.
•  U moet een manurenadministratie (vastlegging gewerkte uren) bijhouden waarmee uw aansprakelijkheid voor het betreffende werk is vast te stellen. Een voorbeeld hiervan vindt u op belastingdienst.nl.
Als u aan al deze voorwaarden voldoet, bent u niet aansprakelijk voor het bedrag van uw storting. Dit geldt ook als het gestorte bedrag ons uiteindelijk niet bereikt. De vrijwaring voor het door u gestorte bedrag geldt niet als u weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de onderaannemer het bedrag op de g-rekening niet zal gebruiken om de loonheffingen te betalen.
 
7.4 Aanvraag g-rekening
Wilt u een g-rekening openen? Vul dan het formulier Aanvraag g-rekening in. U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl. Als wij uw verzoek toewijzen, sluiten wij met u en de bank een g-rekeningovereenkomst af.
 
7.5 De g-rekeningovereenkomst
De g-rekening is gekoppeld aan een loonheffingennummer. Er kan meer dan 1 subnummer aan de g-rekening worden gekoppeld.
In de g-rekeningovereenkomst maken de betrokken partijen een aantal belangrijke afspraken:
•  Het saldo mag alleen worden gebruikt om loonheffingen te betalen of door te storten naar een andere g-rekening in verband met aanneming van werk of inlening van personeel.
•  Wij krijgen een pandrecht op het saldo van de g-rekening. Dit betekent dat wij het saldo mogen uitwinnen voor de loonheffingenschuld die de onderaannemer niet betaalt.
 
7.6 Beoordelen van uw aanvraag
Na ontvangst van uw Aanvraag g-rekening beoordelen wij of u voor een g-rekening in aanmerking komt. Om in aanmerking te komen, moet u:
•  werk in onderaanneming uitvoeren of dit op korte termijn gaan doen
•  inhoudingsplichtig zijn voor de loonheffingen
 
7.7 Geen medewerking
Wij verlenen geen medewerking aan de totstandkoming van een g-rekening:
•  als u niet aan de voorwaarden voldoet die zijn genoemd bij 7.6, of
•  als u al een g-rekening hebt, of
•  als wij verwachten dat er onjuist gebruik zal worden gemaakt van de g-rekening
Als wij geen medewerking verlenen, sturen wij u een brief met daarin de reden.
 
7.8 Openen g-rekening
Als wij akkoord gaan met de aanvraag, ondertekenen wij de g-rekeningovereenkomst en sturen die naar u. U gaat hiermee binnen 1 maand naar uw bank. Als de bank akkoord gaat, ondertekent die ook de overeenkomst en kent een g-rekeningnummer toe. Na toekenning van de g-rekening stuurt de bank het exemplaar van de overeenkomst van de Belastingdienst retour naar ons. De bank bewaart het oorspronkelijke exemplaar van de overeenkomst zolang de g-rekening in stand blijft, maar in ieder geval
7 jaar.
Let op
Ga zo spoedig mogelijk met de g-rekeningovereenkomst naar uw bank. Als bovenstaande termijn van
1 maand is verstreken, is onze g-rekeningovereenkomst niet meer te gebruiken. U moet dan opnieuw een formulier voor aanvraag van een g-rekening indienen.
 
7.9 Wijzigen van de g-rekeningovereenkomst
Een g-rekeningovereenkomst is gekoppeld aan de subnummers waarvoor deze overeenkomst geldt. Wijzigt er iets in de koppeling aan de subnummers, in de tenaamstelling of in de bedrijfsactiviteiten? Geef dit dan aan ons door via het formulier Verzoek mutatie  g-rekening. U vindt dit formulier op belastingdienst.nl.
 
7.10 Storten op de g-rekening
U mag zelf bepalen welk percentage van de factuur u op de g-rekening van de onderaannemer stort.
De storting kan het best ongeveer gelijk zijn aan de uiteindelijk af te dragen loonheffingen. Stort u namelijk te weinig, dan is uw aansprakelijkheidsrisico onvoldoende gedekt. Stort u te veel, dan kan de onder- aannemer enige tijd niet over zijn (onnodig geblokkeerde) geld beschikken. Deze zal ons dan om deblokkering moeten vragen (zie 7.12).
Let op
Een storting die op de g-rekening wordt bijgeschreven nadat de (onder)aannemer failliet is verklaard, valt in de faillissementsboedel en moet worden uitbetaald aan de curator. Hierdoor levert zo’n storting u dan geen vrijwaring op.
Geld overmaken door de onderaannemer naar een andere g-rekening (het zogeheten doorstorten) mag alleen als de onderaannemer op zijn beurt een deel van het werk heeft uitbesteed of personeel heeft ingeleend. Ook voor deze betalingsopdracht gelden de voorwaarden die worden genoemd in de paragrafen 7.2 en 7.3.
 
7.11 Overmaken van de g-rekening naar de Belastingdienst
Als u een bedrag van de g-rekening naar ons overmaakt, moet de betalingsopdracht het betalingskenmerk bevatten dat staat op de uitnodiging tot het doen van aangifte of op de bij het aanslagbiljet behorende acceptgiro of betaalinstructie.
U moet het bedrag overmaken naar IBAN-rekeningnummer: NL78 INGB 0000 4440 40 van de
Belastingdienst/CAP/WKA te Apeldoorn.
 
7.12 Deblokkeren van de g-rekening
Het kan voorkomen dat het saldo van de g-rekening hoger is dan de loonheffingen waarvoor de bedragen zijn gestort. De (onder)aannemer kan ons dan vragen dit overschot vrij te geven. Hij moet hiervoor het formulier Verzoek Deblokkering g-rekening downloaden van belastingdienst.nl en dan bij ons indienen.
Na ontvangst van dit formulier beoordelen wij het aangiftegedrag en de aard van de gestorte bedragen om te bepalen of er daadwerkelijk sprake is van een overschot.
Bij instemming met het deblokkeringsverzoek verrekenen wij met andere belastingschulden voordat wij tot uitbetaling van het overschot overgaan. Wij vragen de (onder)aannemer dan zijn bank opdracht te geven het bedrag over te maken op IBAN-rekeningnummer NL78 INGB 0000 4440 40 ten name van de Belastingdienst/CAP/WKA te Apeldoorn. Na ontvangst van dit bedrag maken wij het per saldo uit te betalen bedrag over op een gewone bankrekening van de (onder)aannemer.
Als wij een verzoek om deblokkering weigeren, sturen wij de (onder)aannemer hierover een brief.
Let op
Gedurende de looptijd van een door de rechter uitgesproken Besluit breed moratorium (BBM) nemen wij een verzoek tot deblokkering van de g-rekening niet in behandeling vanwege het handhaven van ons pandrecht. Na de looptijd van het BBM kunt u een nieuw verzoek tot deblokkering bij ons indienen.
 
7.13 Opheffen van de g-rekening
Bij beëindiging van een onderneming moet de g-rekeningovereenkomst worden opgeheven. U kunt hiervoor het formulier Verzoek Opheffing g-rekening gebruiken. U kunt dit downloaden van belastingdienst.nl. Als de g-rekening nog een saldo heeft, onderzoeken wij of dit saldo kan worden gedeblokkeerd.
Let op
Gedurende de looptijd van een Besluit breed moratorium (BBM) nemen wij een verzoek tot opheffing van de g-rekening niet in behandeling. Wij behandelen dit verzoek dan niet in verband met het handhaven van ons pandrecht. Na de looptijd van het BBM kunt u een nieuw verzoek tot opheffing bij ons indienen.
Wijziging rechtsvorm
Het kan zijn dat u de rechtsvorm van uw onderneming wijzigt. Zo kunt u uw eenmanszaak inbrengen in een bv. In zo’n geval moet u de bestaande g-rekeningovereenkomst opheffen en moet u een nieuwe
g-rekeningovereenkomst aanvragen op naam van de bv. Formulieren voor het aanvragen en opheffen van een g-rekening kunt u downloaden van belastingdienst.nl.
 
7.14 Eenzijdige opzegging van de g-rekening
Wij kunnen een g-rekening eenzijdig opzeggen als:
•  u geen gebruik of onjuist gebruikmaakt van de g-rekening
•  u geen werk meer doet in onderaanneming
•  u geen werknemers meer in dienst hebt
•  u failliet bent verklaard
•  aan u surseance van betaling is verleend en de bewindvoerder niet instemt met het voortzetten van de g-rekening
•  de schuldsaneringsregeling voor natuurlijke personen op u van toepassing is
Tegen de eenzijdige opzegging van de g-rekening is geen bezwaar of (hoger) beroep mogelijk. Wel kunt u de civiele rechter (in kort geding) laten beoordelen of wij de rekening terecht hebben opgezegd.
 
7.15 Onjuist gebruik van de g-rekening
Ontvangt u vanaf een andere g-rekening een bedrag op uw g-rekening en is dat bedrag niet bestemd voor loonheffingen in verband met aangenomen werk, dan moet u dat bedrag terugstorten naar de g-rekening waarvan het afkomstig is. Doet u dit niet, dan levert u ‘wanprestatie’ tegenover ons. Dit kan verschillende gevolgen hebben.
•  Wij zeggen de g-rekening van u en van de storter eenzijdig op.
•  Wij vragen de rechter om toekenning van een schadevergoeding.
•  Het Openbaar Ministerie stelt strafrechtelijke vervolging in.
 
8 Meer informatie
De bepalingen van de ketenaansprakelijkheid staan in de artikelen 35 en 35a van de Invorderingswet 1990, in de Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004 en in artikel 35 en 35a van de Leidraad Invordering 2008.
 
Hebt u nog vragen?
Kijk op belastingdienst.nl.