UBO-register - Welke entiteiten registreren UBO-informatie in Handelsregister?

Geschreven door Lexalert
Foto: Sascha Pohflepp  

Met het oog op de invoering van het UBO-register in Nederland worden de Handelsregisterwet 2007 en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) aangepast. Dit gebeurt in uitvoering van de vierde anti-witwasrichtlijn. UBO staat voor “ultimate beneficial owner” of uiteindelijke begunstigde. Het UBO-register treedt op 1 januari 2020 in werking.

De vierde antiwitwasrichtlijn kent twee kernverplichtingen met betrekking  tot UBO-informatie:

  1. de verplichting voor in Nederland  opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten om toereikende,  accurate en actuele informatie betreffende hun uiteindelijk belanghebbenden in te winnen en bij te houden en
  2. de verplichting voor in Nederland opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten om deze informatie te registreren in het centraal register. 

Hieronder wordt alleen ingegaan  op deze laatste verplichting.

Bij de uitwerking van de registratieplicht is aansluiting gezocht bij de bestaande systematiek van de Handelsregisterwet 2007. De Handelsregisterwet 2007 kent een inschrijvingsplicht in het handelsregister voor in Nederland  gevestigde ondernemingen en een inschrijvingsplicht in het handelsregister voor rechtspersonen die volgens hun statuten  hun zetel in Nederland  hebben.

Om te kunnen voldoen aan de richtlijn is één aanpassing  nodig  van de Handelsregisterwet 2007. De richtlijnverplichting gaat uit van het oprichtingscriterium. Het huidige Handelsregisterwet gaat echter uit van in Nederland  gevestigde ondernemingen. Om te voorkomen dat een omissie in de registratieverplichting ontstaat, wordt aan de Handelsregisterwet 2007 een nieuw  onderdeel  toegevoegd, dat een verplichting tot inschrijving in het handelsregister creëert voor een onderneming die niet (meer) in Nederland  is gevestigd en die toebehoort aan een in Nederland  opgerichte maatschap,  vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap of rederij.

Vervolgens wordt bepaald dat in het handelsregister wordt opgenomen wie de UBO’s zijn van vennootschappen of andere juridische entiteiten als bedoeld  in de Wwft, die ingeschreven zijn in het handelsregister.

De registratieverplichting is niet van toepassing op alle typen organisaties die zich in het handelsregister moeten inschrijven. Een beperkte groep van organisaties is uitgesloten.

Allereerst vallen eenmanszaken en publiekrechtelijke rechtspersonen buiten de reikwijdte van de begrippen vennootschappen en andere juridische entiteiten van de richtlijn. De verplichting tot het registreren van UBO-informatie in het handelsregister is daarmee niet van toepassing. Eenmanszaken vallen namelijk  naar hun aard niet onder de verplichtingen van de richtlijn. Bij publiekrechtelijke rechtspersonen is de eigenaarsen zeggenschapsstructuur reeds genoegzaam  bekend en bestaat er daarmee ook geen noodzaak tot registratie.

Daarnaast geldt de verplichting tot de registratie van UBO-informatie niet voor verenigingen zonder volledige rechtsbevoegdheid die geen onderneming drijven. Voor dit type vereniging is de inschrijving in het handelsregister facultatief. Deze vereniging drijft geen onderneming en heeft beperkte rechtsbevoegdheid, zo kan zij geen registergoederen verwerven. Gezien het facultatieve karakter van inschrijving en het feit dat er op dit moment reden is om aan te nemen dat bij verenigingen zonder volledige rechtsbe-voegdheid die geen onderneming drijven een laag risico op witwassen of financieren van terrorisme bestaat, zijn zij uitgesloten van registratie van de UBO’s.

Daarnaast worden  verenigingen van eigenaars en enkele typen historische rechtspersonen, die in de Handelsregisterwet 2007 onder de noemer «overige privaatrechtelijke rechtspersonen» vallen, uitgesloten van de registratieplicht. Verenigingen van eigenaars sluiten  niet goed aan bij de werkingssfeer van de richtlijn. De vereniging van eigenaars kent een wettelijke regeling op basis waarvan  alle eigenaren met een appartementsrecht automatisch lid zijn en de vereniging enkel tot doel heeft onderhoud van het onroerend goed. Voor de overige  privaatrechtelijke rechtspersonen geldt dat dit een zeer beperkt aantal entiteiten betreft  met een historisch karakter. Hier worden  ook geen nieuwe  entiteiten meer van opgericht. Er is reden om aan te nemen dat bij deze juridische entiteiten een laag risico op witwassen of financieren van terrorisme bestaat.

Tot slot worden  kerkgenootschappen uitgezonderd van de registratieverplichting, omdat centrale registratie van natuurlijke personen  als UBO van een kerkgenootschap in een openbaar  register  een indirecte registratie door de overheid van de religie  van die UBO’s betekent. Dit is ook reden geweest om in het handelsregister geen natuurlijke personen  te registreren bij kerkgenootschappen en die handelwijze wordt gevolgd met betrekking  tot het registreren van UBO-informatie van kerkgenootschappen. Daarbij is van belang dat godsdienst of levensovertuiging een bijzonder  persoonsgegeven is in de zin van de AVG, hetgeen met zich meebrengt dat grote terughoudendheid dient te worden  betracht  als het gaat om de verwerking hiervan.  Het uitsluiten van de registratieverplichting staat los van de verplichting voor bovengenoemde rechtspersonen om zelf UBO-informatie in te winnen en bij te houden.  Van deze verplichting worden  zij niet uitgezonderd, in verband  met het wettelijk verplichte cliëntenonderzoek dat Wwft-instellingen moeten verrichten. Het feit dat van deze organisaties geen UBO-informatie centraal wordt geregistreerd, staat namelijk  los van de verplichting voor meldingsplichtige instellingen om in het kader van het aangaan van zakelijke relaties of incidentele transacties  onderzoek te doen naar de UBO van de cliënt.

Met betrekking  tot besloten  vennootschappen en naamloze vennootschappen geldt dat zij niet onder de werkingssfeer van de richtlijn vallen indien  sprake is van een vennootschap die is onderworpen aan de openbaarmakingsvereisten van de richtlijn transparantie, of aan vergelijkbare internationale openbaarmakingsvereisten. Omdat op deze beursgenoteerde vennootschappen reeds openbaarmakingsvereisten van toepassing zijn, wordt het in deze gevallen  niet nodig  geacht aan hen de verplichting op te leggen om UBO-informatie centraal te registreren. Indien een dergelijke beursgenoteerde vennootschap een 100% dochtermaatschappij heeft, geldt dezelfde uitzondering op deze registratieverplichting ook voor deze dochtermaatschappij. In een dergelijk geval zijn de UBO’s van de beursgenoteerde vennootschap immers  ook de UBO’s van de 100% dochtermaatschappij.

Buitenlandse rechtspersonen met een hoofd of nevenvestiging in Nederland  hoeven evenmin UBO-informatie in Nederland  te registreren. Op grond  van de richtlijn ziet de registratieverplichting immers  op in Nederland  opgerichte vennootschappen of andere juridische entiteiten. Dit voorkomt dat uiteindelijk belanghebbenden van binnen de Europese Unie opgerichte vennootschappen of andere juridische entiteiten in UBO-registers  in meerdere  EU-lidstaten  geregistreerd moeten worden.

Samengevat wordt aan de volgende  in Nederland  opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten de verplichting tot het registreren van UBO-informatie opgelegd:

  • besloten  vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een naamloze vennootschap, niet zijnde een vennootschap die als uitgevende instelling is onderworpen aan openbaarmakingsvereisten als bedoeld  in richtlijn nr. 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan  effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten  en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PbEU 2004, L 390), dan wel aan vergelijkbare internationale standaarden, met inbegrip van een 100 procent dochtermaatschappij van een dergelijke vennootschap;
  • Europese naamloze vennootschap;
  • Europees economisch samenwerkingsverband;
  • Europese coöperatieve vennootschap;
  • coöperatie;
  • onderlinge waarborgmaatschappij;
  • vereniging;
  • vereniging met volledige rechtsbevoegdheid;
  • vereniging zonder volledige rechtsbevoegdheid die een onderneming drijft;
  • stichting;
  • maatschap;
  • commanditaire vennootschap;
  • vennootschap onder firma; en
  • rederij.

Tot slot een opmerking over het fonds voor gemene rekening.  Een fonds voor gemene rekening is een fiscaalrechtelijk begrip. Dergelijke fondsen zijn niet omschreven naar burgerlijk recht of naar vennootschapsrecht en kunnen op verschillende wijzen worden  vormgegeven. Deze fondsen vallen op grond  van de wijzigingsrichtlijn onder de verplichting voor trusts en soortgelijke juridische constructies om informatie over hun uiteindelijk belanghebbende in te winnen en centraal te registreren. Deze verplichtingen zullen in het wetsvoorstel ter implementatie van artikel 31 van de richtlijn worden  vastgelegd.

Meer weten over het UBO-register: