UBO-register - Wie heeft toegang tot welke informatie?

Geschreven door Lexalert
Foto: ke dickinson  

Met het oog op de invoering van het UBO-register in Nederland worden de Handelsregisterwet 2007 en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) aangepast. Dit gebeurt in uitvoering van de vierde anti-witwasrichtlijn. UBO staat voor “ultimate beneficial owner” of uiteindelijke begunstigde. Het UBO-register treedt op 1 januari 2020 in werking.

De UBO-informatie wordt onderverdeeld in verplicht voorgeschreven en aanvullende gegevens.

De verplicht voorgeschreven gegevens zijn openbaar en toegankelijk voor:

  1. bevoegde autoriteiten en de Financiële inlichtingen eenheid,
  2. meldingsplichtige instellingen in het kader van hun cliëntenonderzoek en
  3. elk lid van de bevolking (een ieder).

Die gegevens zijn:

  • naam;  
  • geboortemaand en -jaar;  
  • woonstaat;  
  • nationaliteit; en
  • aard en omvang van het door de uiteindelijk belanghebbende gehouden economische belang.

Met betrekking  tot dit laatste gegeven zal overigens,  waar het gaat om percentages aandelen, stemrecht of eigendom, niet de exacte omvang van het belang openbaar  toegankelijk worden  gemaakt, maar zal gewerkt worden  met bandbreedtes van meer dan 25% tot 50%, van 50% tot 75% en van 75% tot en met 100%. Er zullen geen geldbedragen bijstaan.

De aanvullende gegevens opgenomen in het UBO-register zijn:

  • geboortedag, -plaats en -land;
  • adres;
  • indien  dat is toegekend  het burgerservicenummmer (BSN), en – indien dat is toegekend  door de woonstaat van de UBO – een buitenlands fiscaal identificatienummer (TIN);
  • afschrift van documentatie op grond  waarvan  de identiteit van de UBO is geverifieerd;
  • afschrift van documentatie waarmee  wordt onderbouwd waarom een persoon  de status van UBO heeft en waarmee  de aard en omvang van het door de UBO gehouden economisch belang wordt aangetoond.

Deze aanvullende gegevens zullen, als waarborg voor de bescherming van de privacy  van de UBO’s, alleen toegankelijk zijn voor de bevoegde autoriteiten en de Financiële inlichtingen eenheid (categorie (a)). De bevoegde autoriteiten en de Financiële inlichtingen eenheid kennen in dit verband  een geheimhoudingsplicht.

Bezien is of meldingsplichtige instellingen (categorie (b)) en leden van de bevolking (categorie (c)) ook toegang  zouden moeten krijgen  tot de aanvullende UBO-informatie. Meldingsplichtige instellingen in de zin van de Wwft  zijn de poortwachters van het financiële systeem en dienen op grond  van de richtlijn toegang  te krijgen  tot UBO-informatie in het kader van hun cliëntenonderzoek. Een meldingsplichtige instelling moet cliëntenonderzoek verrichten naar degene met wie zaken wordt gedaan. Tevens dient een meldingsplichtige instelling op basis van objectieve of subjectieve indicatoren ongebruikelijke transacties  aan de Financiële inlichtingen eenheid te melden.  De groep meldingsplichtige instellingen is groot en divers van karakter. Ook instellingen uit andere EU-lidstaten, die op grond  van hun nationale  wetgeving meldingsplichtig zijn, kunnen toegang  krijgen  tot Nederlandse UBO-informatie, hetgeen deze groep nog groter  en meer divers maakt. Gelet op de grootte en diversiteit van deze groep instellingen is er, gelet op de bescherming van de privacy  van de UBO’s en bezien in het licht van het doel van de vierde anti-witwasrichtlijn, voor gekozen om Wwft-instellingen geen toegang  tot de aanvullende UBO-informatie te geven, nu dit niet proportioneel en noodzakelijk  is bevonden.

Meer weten over het UBO-register: